Gastenboek

 

Toevallige ontmoeting, deel X
24 september 2008


Als ik de volgende ochtend wakker wordt, vindt ik mij alleen in bed. Ik wrijf de slaap uit de ogen en ga kijken waar mijn nieuwe muze zich ophoud. Na het hele huis te hebben afgezocht, moet ik concluderen dat Dirkje niet meer aanwezig is. De honden zijn er wel, dus is ze ook niet met hen even naar buiten. Ik kijk door het raam en moet constateren dat ook haar auto verdwenen is. Vreemd, erg vreemd. Op de monitor van mijn computer vindt ik echter wel een briefje van haar hand. ‘Lieve Gerard,’ begint de post-it. ‘Ik wil je bedanken voor je liefde en dat je me hebt laten voelen een vrouw te zijn. Alle liefs, Dirkje.’
Ik bel haar op om haar te vragen waarom ze zo plots is verdwenen, maar krijg een neutrale stem te horen die me verteld, ‘dit nummer is niet langer in gebruik.’ Het moet niet vreemder worden. Die maandag bel ik naar Brussel, met het kantoor van Euro Parlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert. Daar krijg ik echter te horen dat er geen Dirkje Wijnen werkzaam is. Ik bel alle nummers in de telefoongids die ik kan vinden van iedere Wijnen in Tilburg. Ook deze poging blijkt een vruchteloze. Dirkje is verdwenen zoals ik haar ontmoette op het perron in Brussel. Met een leeg en verlaten gevoel laat ze me achter. Dromend van hoe het zou kunnen zijn. Een leven met Dirkje. En hoewel ik haar nimmer meer heb gezien, blijft er voor altijd een kamertje in mijn hart, met op de deur geschreven, ‘een toevallige ontmoeting.’

The End



Home

Kunstenaar Henri Otten

Mijn Hyve