Gastenboek

 

Een toevallige ontmoeting deel III
1 september 2008

Zenuwen en onzekerheid maken zich van mij meester. Ik moet naar haar toe, met haar converseren. Maar hoe ga ik beginnen, wat ga ik als eerste zeggen? Je hebt immers maar 1 kans om een eerste indruk te maken. Maar dan bedenk ik me dat ik die eerste indruk al heb gemaakt, toen ik haar vakkundig haar papieren en handtas uit de handen wist te beuken. Dit gegeven neemt al enige schroom weg, en ik stap nu wat meer zelfverzekerd en meer resoluut op haar af. En terwijl ik dat doe, bestudeer ik weer het wonderlijke wezentje. Het mantelpakje is ditmaal zwart, met een horizontaal streepje. De panty draagt dezelfde kleur en is in het bezit van een licht motiefje. De pumps, ook zwart, en met een naald van zeker een centimeter of 7, sieren al glimmend haar voeten. Het haar zit nu iets anders opgestoken dan vrijdag, maar niet minder mooi. Het heeft zelfs enigszins iets rebels, omdat haar punten wat in het wilde weg waaien in contrast met de vloeiende lijnen van de rest van het haar. Het brilletje hangt ook weer op de neus, en haar gezicht is nog even engelachtig als in mijn herinnering. "Dat is ook toevallig", hoor ik mezelf zeggen. "Vrijdag op het station en nu in het park. Je bent me toch niet aan het achtervolgen en een aanslag aan het beramen vanwege mijn onfortuinlijke handeling op het perron"? Langzaam en beheerst, maken haar ogen zich los van haar leesvoer en kijken ze mij onderzoekend aan over de rand van haar bril. Ze trekt haar hoofd iet wat schuin, waardoor haar ogen mij nog indringender aankijken. "Dat was ik eigenlijk wel ja, maar nu het object van mijn aanslag op de hoogte is, zal ik met een nieuw uitgewerkt plan moeten komen" is haar antwoord. Ze speelt het spelletje mee en geeft me daarmee een perfect vervolg. "Weet je dat volgens Sun Tzu, je het beste een vriend kunt worden van je vijand? Want wanneer je eenmaal zijn vriend bent geworden, verdwijnen alle verdedigingsobjecten en kun je de meest gepaste wijze kiezen voor zijn overlijden". "Ik weet niet of ik wel bereid ben om zover te gaan om mijn missie te volbrengen", pareert ze vakkundig. Maar ik geef het niet op. "We praten hier wel over het redden van je eer. En in dat geval kan geen prijs te hoog zijn natuurlijk". "Daar zal ik dan maar eens even over moeten filosoferen", brengt ze uit. "Laat mij het je dan maar wat gemakkelijker maken", help ik haar, "en wat van mijn verdedigingswallen voor je weg nemen. Gerard van den Heuvel". Waarbij ik haar de hand rijk om de kennismaking te bezegelen. "Dirkje Wijnen", is het retour, compleet met aanvaarding van de handdruk. Gelijktijdig met het uitspreken van haar naam, versplinterde mijn Elize als glaswerk op de grond. Ach, what’s in a name, raapte ik mezelf weer op. Dirkje mag er ook wel zijn. "Dat is wel een erg oude schrijver, die je daar aan het lezen bent", vervolg ik de kennismaking. "Je bent bekend met Vergilius", vraagt ze. Ik antwoord met een kort "ja". Het is beter om daar maar geen toevoeging aan te doen dat ik alleen het werk van hem ken dat zij nu toevallig aan het lezen is. Ik wil haar diepzinnig vragen wie volgens haar nu de ware stichter van Rome is, Aeneas of Romulus die zijn broer Remus versloeg, maar verwerp dit eigengemaakte voorstel al snel. Laat ik het wat minder zwaar houden op zo’n eerste kennismaking en niet gelijk pronken met mijn geringe historische kennis. Stel dat de hare groter is dan de mijne, sla ik daar toch een flater, denkt de man in mij. Ja, WIJ mannen denken zo. Hoewel wij een vrouw kunnen zien als onze gelijke, knabbelt het toch voorzichtig aan onze mannelijkheid wanneer haar kennis over een geslachtloos onderwerp groter is dan die van ons. Bij vrouwelijke onderwerpen is dat geen enkel probleem, maar bij geslachtloze, en zeker bij mannelijke onderwerpen, komt het haantje naar boven steken. "Nog meer Griekse schrijvers in je bibliotheek", is een goed alternatief voor de eerder bedachte vraag. "Homerus en Euripides". "De Ilias"? "Ilias, Odyssea en de strijd tussen Agamemnon en Hector natuurlijk". Zit ze mij nu te testen op mijn kennis van de Griekse literatuur? "Eigenlijk ook wel logisch ook" is mijn antwoord. "Wanneer je het verhaal van Aeneas leest, lijkt het me niet meer dan evident, dat je eerst het overspel van Helena tot je neemt". "Overspel", verdedigd ze de vrouwelijkheid. Als mijn geheugen me niet in de steek laat, werd ze toch echt geschaakt en half ontvoerd voor ze goed en wel besefte wat haar overkwam". "Ik zie het anders", pareer ik. "Ik heb Helena toegedicht een hedoniste te zijn, die zich liet meevoeren door haar gevoelens van het moment. Laten we eerlijk zijn, de keuze tussen Paris en Menelaos moest voor een vrouw van haar leeftijd en schoonheid, geen moeilijke zijn geweest, wanneer men zich laat leiden door de vleselijke lusten". Glimlachend kijkt ze me aan, en geeft me te kennen niet te ver te zijn gegaan met mijn ’vleselijke lusten’. Het werd tijd dat ik me niet meer boven haar uit liet tornen, en nam naast haar plaats op het bankje. En daar waar mijn glutues maximus het hout raakt, veert de hare ervan op. "Ik dacht dat dit een bank was in plaats van een wip. Tevens had ik mijn gewicht minder ingeschat, maar je veert behoorlijk omhoog". Humor en wat zelfspot doen het altijd goed bij de meeste vrouwen. "Dan zou ik mijn leven maar niet in de waagschaal zetten, als ik jou was, wanneer het op schattingen aankomt", retourneert ze met diezelfde glimlach. "Het zou je wel eens slecht kunnen bekomen. Maarre, mijn werkgever zal het niet appreciëren wanneer ik mijn pauze wat langer maak dan hij heeft bepaald". "Daar valt wel wat voor te zeggen. Maarre, kunnen wij onze kennismaking en conversatie niet op een later, slash, ander tijdstip voortzetten"? Ze kijkt me even ondervragend en zeer zeker keurend aan. Heeft hij een betrouwbare kop? Ligt er onschuldigheid of schuldigheid in die ogen? Kan zijn kleding zijn persoonlijkheid representeren? Is hij vriendschapsmateriaal? Na een 5-tal seconden, gaat haar tasje open, verdwijnt de Epos van Aeneas erin, en komen er een pen en papier uit. Ze krabbelt wat en overhandigd mij vervolgens het papiertje. De pen verdwijnt weer in het tasje en zonder verder een woord te zeggen, gaat ze haar weg. Ik heb ooit in een film gezien, dat wanneer ze zich nog even omdraait en me een glimlach schenkt, het allemaal wel goed komt. Het schijnt het non-verbale te zijn voor, ik vindt je wel leuk. Je hebt potentie om dichterbij me te kunnen komen. Ik staar haar na, en hoop op de scène uit de film. Maar die is mij niet gegund. Ach, het was toch maar een kut film.

De rest van de middag haal ik het papiertje wel 10 maal uit mijn zak om naar het nummer te kijken. Het was haar papiertje, zij heeft het aangeraakt, het is haar handschrift, wanneer is het beste moment om haar te bellen? Vanavond al, of kom ik dan te gretig over? Over een dag of 4, of is dat weer te ongeïnteresseerd? Ja dames, jullie hebben geen patent op deze onzekerheid aangaande een potentiële partner. De gehele avond blijven deze vragen maar door mijn hersens malen. Wat is nu de juiste keuze? Het liefste zou ik gelijk bellen. Al was het maar om haar kokette stem te horen. Maar dan besluit ik toch om er 2 dagen overheen te laten gaan. Neem ik toch mooi het gemiddelde van dezelfde dag of 4 dagen later. Iet wat overmand door gevoelens van wens over een ontluikende liefde, leg ik mij dan maar te ruste in mijn kribbe, met de hoop op een amoureuze droom van Dirkje.

Wordt vervolgt



Home

Kunstenaar Henri Otten

Mijn Hyve